Ik kijk naar Buitenhof, zondag 18 oktober. Geïnterviewd wordt eerst Klaas Knot, de president van de Nederlandsche Bank. Het gaat uiteraard over de stand en de vooruitzichten van de economie. Vervolgens is er een gesprek met Jacobine Geel, directeur van de GGZ, en Arne Popma, kinder – en jeugdpsychiater. Klaas Knot krijgt de vraag: hoe diep kan de staat zich bij het steunen van het bedrijfsleven en de ‘werknemers’ in de schulden steken. Zijn antwoord is: heel diep. En, voegt hij daaraan toe: dat hebben wij te danken aan de spaarzaamheid van vorige kabinetten. Aan de politiek van bezuinigen dus, op de gezondheidszorg, het onderwijs enz. Daarover gaat juist het gesprek met Geel en Popma. Zij maken duidelijk dat het juist die bezuinigingen zijn die nu een adequate zorgverlening in de weg staan. Je zou zeggen voor de interviewer een uitgelezen kans het verband te leggen tussen het een en het ander, namelijk dat, wat goed is voor de economie, slecht uitpakt voor wat voor veel mensen van levensbelang is. Maar dat gebeurt niet. terwijl een maatschappijkritiek die hout snijdt juist dat moet doen: samenhangen zien.

Mij viel nog iets op in het interview met Knot. Hem werd gevraagd hoe hij het verklaart dat ondanks de Corona-crisis de huizenprijzen in plaats van te dalen zoals je verwachten zou, nu mensen in inkomen achteruit gaan of hun werk dreigen te verliezen. Hij antwoordt: dat komt omdat de vraag naar woningen groter is dan het aanbod. Logisch, zou je denken: zo is dat met de wet van vraag en aanbod. Maar buiten beschouwing blijft is dat je wel degelijk een woning nodig hebt (de vraagkant) maar die niet kunt betalen, niet in de laatste plaats omdat de huizenprijzen zo hoog zijn. Weer een kwestie van samenhang die door de president van de Nederlandsche Bank over het hoofd wordt gezien.